Vragenlijst zelfperceptie teamrolanalyse
(Bron: Belbin, 1998, p.193-196).
| Toelichting: Verdeel per vraag (1tot en met 7) tien punten over de zinnen (a tot en met h) waarvan u denkt dat ze het best uw gedrag beschrijven. De punten kunt u over een paar zinnen verdelen, maar u kunt ze in extreme gevallen ook gelijkmatig over alle zinnen verdelen of allemaal aan één zin toekennen. | ||
| Vragen | Punten | |
| 1 Wanneer ik in een team zit, zou het volgende voor mij kunnen gelden: | ||
| a | Ik merk nieuwe kansen snel op en maak daar goed gebruik van. | |
| b | Ik kan met allerlei verschillende mensen goed samenwerken. | |
| c | Eén van mijn natuurlijke gaven is het produceren van ideeën. | |
| d | Als ik iets in mensen zie wat van nut kan zijn voor de doelstellingen van de groep, weet ik het er altijd uit te halen. | |
| e | Omdat ik zelf efficiënt ben, houd ik ervan dingen helemaal af te maken. | |
| f | Ik vind het niet erg als mensen me een tijdlang niet aardig vinden, als ik maar goede resultaten behaal. | |
| g | Ik voel snel aan wat werkt in een situatie die ik goed ken. | |
| h | Ik kan objectief redeneren, en een bepaalde zaak onbevooroordeeld van verschillende kanten belichten | |
| 2 Als ik minder goed presteer in een team dan zou dat kunnen komen omdat: | ||
| a | Ik mij pas op mijn gemak voel wanneer vergaderingen een duidelijke structuur hebben, in de hand worden gehouden en goed verlopen in het algemeen. | |
| b | Ik mij pas op mijn gemak voel wanneer vergaderingen een duidelijke structuur hebben, in de hand worden gehouden en goed verlopen in het algemeen. | |
| c | Ik de neiging heb veel te praten wanneer er nieuwe ideeën in de groep worden besproken. | |
| d | Ik het door mijn objectieve kijk op de dingen moeilijk vind om meteen enthousiast met mijn collega's mee te praten. | |
| e | Mensen me soms overheersend en autoritair vinden wanneer we iets klaar moeten krijgen | |
| f | Ik het moeilijk vind om het voortouw te nemen, misschien omdat ik te gevoelig ben voor de sfeer in de groep. | |
| g | Ik de neiging heb om helemaal op te gaan in de ideeën die ik krijg zodat ik niet meer in de gaten heb wat er gaande is. | |
| h | Mijn collega's vinden dat ik me te druk maak over details, en te veel denk aan wat er mis kan gaan. | |
| 3 Wanneer ik met anderen samen aan een project werk: | ||
| a | Ben ik er goed in mensen te beïnvloeden zonder hen onder druk te zetten. | |
| b | Worden door mijn algemene waakzaamheid fouten uit onzorgvuldigheid of nalatigheid voorkomen. | |
| c | Sta ik klaar om tot actie aan te sporen, om te zorgen dat in vergaderingen geen tijd verspild wordt en het hoofddoel niet uit het oog wordt verloren. | |
| d | Zal ik altijd met een origineel idee aankomen. | |
| e | Ben ik altijd bereid een goed voorstel te steunen wanneer dat in het gemeenschappelijk belang is. | |
| f | Ben ik steeds op zoek naar de nieuwste ideeën en de laatste ontwikkelingen. | |
| g | Wordt mijn vermogen om objectief te beoordelen vast door anderen op prijs gesteld. | |
| h | Kan men het gerust aan mij overlaten om te zorgen dat al het noodzakelijke georganiseerd wordt. | |
| 4 Kenmerkend voor mijn houding tegenover groepswerk is dat: | ||
| a | Ik het eigenlijk graag doe omdat ik mijn collega's beter wil leren kennen. | |
| b | Ik niet aarzel om de denkbeelden van anderen aan te vallen, of zelf een minderheidsstandpunt in te nemen. | |
| c | Ik gewoonlijk niet verlegen zit om argumenten waarmee ik een redenatie die niet klopt, kan weerleggen. | |
| d | Ik denk dat ik er goed in ben te zorgen dat een plan ook slaagt, wanneer eenmaal is besloten dat het moet worden uitgevoerd. | |
| e | Ik de neiging heb om voor de hand liggende opmerkingen te vermijden en met onverwachte ideeën aan te komen. | |
| f | Mijn perfectionisme iets toevoegt aan iedere taak in het team waaronder ik mijn schouders zet. | |
| g | Ik graag gebruikmaak van contacten met mensen buiten de groep. | |
| h | Hoewel ik graag ieders mening wil horen, ben ik besluitvaardig wanneer dat nodig is. | |
| 5 Ik vind bevrediging in mijn werk omdat: | ||
| a | Ik er plezier in heb situaties te analyseren en de verschillende keuzemogelijkheden tegen elkaar af te wegen. | |
| b | Ik het interessant vind praktische oplossingen voor problemen te bedenken. | |
| c | Ik voel dat ik bijdraag aan goede werkverhoudingen. | |
| d | Ik veel invloed kan uitoefenen op de besluitvorming. | |
| e | Ik mensen kan ontmoeten die misschien iets nieuws te bieden hebben. | |
| f | Ik mensen kan overtuigen van de noodzaak dat iets moet gebeuren. | |
| g | Ik me in mijn element voel wanneer ik me volledig op één bepaalde taak kan concentreren. | |
| h | Ik graag een werkterrein vind dat mijn fantasie prikkelt. | |
| 6 Wanneer ik plotseling in weinig tijd met onbekende mensen een moeilijke taak moet uitvoeren: | ||
| a | Trek ik mij het liefst ergens in een hoekje terug, zodat ik rustig kan bedenken hoe ik het moet aanpakken. | |
| b | Zou ik bereid zijn samen te werken met de persoon die van de meest positieve aanpak blijk geeft, zelfs als dit een lastig iemand lijkt. | |
| c | Zou ik een manier vinden om de taak minder omvangrijk te maken door te kijken wie wat het beste kan doen. | |
| d | Zou mijn aangeboren urgentiebesef ervoor zorgen dat we niet achter raken op het schema. | |
| e | Denk ik dat ik mijn hoofd koel en mijn hersenen bij elkaar zou weten te houden. | |
| f | Zou ik recht op mijn doel afgaan en mij niet laten opjagen. | |
| g | Zou ik bereid zijn het voortouw te nemen wanneer ik het gevoel had dat de groep geen vooruitgang boekte. | |
| h | Zou ik een discussie op gang brengen met de bedoeling nieuwe gedachten te stimuleren en dingen in beweging te zetten. | |
| 7 Als ik problemen heb met groepswerk, zou het waarschijnlijk gaan om: | ||
| a | Mijn neiging ongeduldig te reageren op mensen die de voortgang belemmeren. | |
| b | Kritiek van anderen dat ik te analytisch ben en onvoldoende intuïtief. | |
| c | Mijn nauwgezetheid waardoor ik soms de boel ophoudt. | |
| d | Het feit dat ik snel verveeld raak en een of twee stimulerende groepsleden nodig heb om me enthousiast te maken. | |
| e | De moeite die ik heb om op gang te komen tenzij ik precies weet wat het doel is. | |
| f | Mijn onvermogen soms om ingewikkelde kwesties die ik me bedenk ook duidelijk uit te leggen. | |
| g | Mijn gebrek aan durf om van anderen dingen te vragen die ik zelf niet kan. | |
| h | Mijn aarzeling om mijn standpunt te verdedigen wanneer ik op duidelijke weerstand stuit. | |